Search results

Your search found 685 items
Previous | Next
Sort: Relevance | Topics | Title | Author | Publication Year
turned off because more than 500 resultsView all
1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 > >>
Home  / Search Results
Date: 2009
Abstract: This paper examines how Rabbinic and communal authorities participated in treatment decisions made by a group of strictly orthodox haredi Jews with breast cancer living in London. Semi-structured interviews were conducted with five haredi breast cancer patients. The transcripts were analysed using interpretative phenomenological analysis. Demographic and personal data were collected using structured questionnaires. All participants sought Rabbinic involvement, with four seeking rulings concerning religious rituals and treatment options. Participants' motivations were to ensure their actions accorded with Jewish law and hence God's will. By delegating treatment decisions, decision-making became easier and participants could avoid guilt and blame. They could actively participate in the process by choosing which Rabbi to approach, by providing personal information and by stating their preferences. Attitudes towards Rabbinic involvement were occasionally conflicted. This was related to the understanding that Rabbinic rulings were binding, and occasional doubts that their situation would be correctly interpreted. Three participants consulted the community's ‘culture broker’ for medical referrals and non-binding advice concerning treatment. Those who consulted the culture broker had to transcend social norms restricting unnecessary contact between men and women. Hence, some participants described talking to him as uncomfortable. Other concerns related to confidentiality.

By consulting Rabbinic authorities, haredi cancer patients participated in a socially sanctioned method of decision-making continuous with their religious values. Imposing meaning on their illness in this way may be associated with positive psychological adjustment. Rabbinic and communal figures may endorse therapeutic recommendations and make religious and cultural issues comprehensible to clinicians, and as such healthcare practitioners may benefit from this involvement.
Author(s): Friedmann, Elise
Date: 2009
Abstract: Het jaar 2008 was relatief rustig met 108 incidenten, een zeer lichte stijging ten opzichte van het jaar ervoor. Het jaar was nog niet eens afgelopen toen de Israelische actie in Gaza begon: in minder dan één maand kwamen er 98 meldingen binnen, bijna evenveel als in heel 2008. CIDI rapporteerde deze periode apart en analyseerde de hatemails om te zien wat voor antisemitische ideeën achter de hategolf zaten.

Na een relatief rustig jaar 2008, met 108 antisemitische incidenten tegen 104 in het jaar daarvoor, telde CIDI tijdens de operatie Cast Lead (27 december 2008 tot 23 januari 2009) in minder dan één maand 98 antisemitische incidenten. Dat is bijna evenveel als in het hele jaar 2007 of 2008. Dit is een internationale beweging. Andere Europese landen registreerden ook een sterke stijging, terwijl de ontwikkeling van het aantal antisemitische incidenten in ‘rustige perioden’ per land heel verschillend kan zijn.

Tijdens de Gazaperiode was het aantal meldingen van ernstige incidenten – fysiek geweld en concrete bedreiging daarmee – hoger dan in elk van de twee jaren daarvoor (3 in 2007, 5 in 2008, 9 tijdens Gaza).

Antisemitische uitingen op internet zijn als vanouds niet door CIDI geteld. Het Meldpunt Discriminatie Internet (MDI) meldde, evenals de politie, voor 2008 een vergelijkbare rust. Het aantal antisemitische incidenten dat politie en MDI registreerden in 2008 was echter hoog in verhouding tot andere discriminerende incidenten. Hoewel het geschatte aantal Joden in Nederland (40.000) veel lager is dan het aantal moslims (850.000 in 2007), registreerde de politie in 2008 141 incidenten wegens ‘Joods zijn (of er zo uitzien)’, tegen slechts 116 incidenten wegens ‘Moslim zijn (of er zo uitzien)’. En hoewel de meeste bij MDI gemelde uitingen in 2008 betrekking hadden op moslims (met een verschil van 1), zijn de meeste strafbaar geachte uitingen in 2008 (252) antisemitisch.

Als altijd bij dergelijke pieken viel tijdens de Gazaperiode de grote stijging van antisemitische e-mails op. Het eveneens hoge aantal meldingen van antsemitische uitingen op internet – vrijwel altijd lezersreacties op bona fide nieuwssites – is door CIDI als gewoonlijk niet geteld; de meeste zijn gemeld bij het MDI. Dat telde tijdens de Gazaperiode 78 antisemitische uitingen, “tweemaal zoveel als normaal”.

Voor zover een signalement bekend is, waren de daders van ‘real life’-incidenten vrijwel altijd Marokkaans of ‘er zo uitziend’. Er zijn daarentegen aanwijzingen dat onder de circa vijftig mensen die hun haat per email of schriftelijk uitstortten over Joodse en Israelische instellingen en personen, waarschijnlijk veel autochtonen waren. Daarbij werden weinig rechts-extremistische uitdrukkingen of beelden gebruikt.

In reacties op het gebeuren in Gaza uitten veel mensen niet alleen een politieke mening over de daden van de Israelische regering (hetgeen door CIDI niet als antisemitisch wordt geteld), maar spuiden zij klassieke antisemitische vooroordelen over ‘de’ Joden.
Daarbij werd opvallend vaak de Holocaust ontkend of gebagatelliseerd. In de gemelde e-mails in 2007 werd dit geen enkele maal gedaan, in 2008 zeven keer; tijdens de Gazaperiode 20 maal. Vergelijkingen tussen Israel/Joden/Israeli’s enz en nazi’s kwamen in 2007 tweemaal voor, in 2008 11 keer; tijdens de Gazaperiode 19 keer. Nog vaker werd gezegd dat de Holocaust ‘volkomen terecht’ was, ‘afgemaakt’ had moeten worden, of alsnog moet worden afgemaakt omdat ‘alle Joden dood moeten’. Dit was de meest voorkomende antisemitische uitspraak in de geanalyseerde e-mails: hij werd tweemaal gedaan in 2007, 15 keer in 2008 en 23 keer tijdens ‘Gaza’.

Het gelijkstellen van Israelische acties aan de Holocaust, of zelfs zeggen dat de Holocaust minder erg is dan Israelische acties, is nooit eerder zo massaal in Nederland gepropageerd als tijdens de Gazaperiode. Dit gebeurde door op grote schaal via internet en e-mail verspreide fotomontages, maar meer nog door specifiek op Nederland gerichte pamfletten die in enorme aantallen door het hele land huis aan huis zijn verspreid. Taalfouten in de tekst achterop het pamflet lijken te wijzen op niet-Nederlandse opstellers. Gezien de grote schaal van de verspreiding en de gemaakte kosten gaat het mogelijk om een organisatie.

In alle categorieen incidenten was vooral de grootschaligheid van de haat verontrustend. Honderden, met tv-kijkers meegeteld duizenden mensen die helemaal niets te maken hebben met het conflict, werden er ongevraagd mee geconfronteerd. Vooral de spreekkoren die tijdens demonstraties ‘Hamas, Hamas, Joden aan het gas’ en ‘ Hitler, Hitler, Hitler’ scandeerden, maakten een beangstigende indruk op grote aantallen ooggetuigen en tv-kijkers.

De heftige reactie op gebeurtenissen in het buitenland, alléén wanneer het om Israel gaat, blijft een zorgelijk fenomeen. Daarbij is het verontrustend dat ook mensen die zich niet antisemitisch uiten het vaak volkomen normaal lijken te vinden dat anti-Israelgevoelens leiden tot anti-Joodse gevoelens en daden. Zo lang deze foute grondhouding blijft bestaan, kan de Joodse gemeenschap in Nederland op elk willekeurig moment, steeds opnieuw, het slachtoffer worden van een nieuwe antisemitismegolf. Het is een waanidee dat op alle mogelijke manieren voortdurend moet worden bestreden.

Uit een analyse van onder meer de bij CIDI gemelde e-mails blijkt dat voor de verzenders de Holocaust niet langer geldt als universele waarschuwing tegen antisemitisme. Deze hatemailers schuiven integendeel Israel/Joden enz. ten onrechte vergelijkbare of ergere vergrijpen in de schoenen als rechtvaardiging voor antisemitisme en om het bestaansrecht te betwisten van niet alleen Israel, maar vaak het gehele Joodse volk waar ook ter wereld. Voorstellen zoals van de VVD, die maken dat het ontkennen van de Holocaust onder bijna alle omstandigheden niet langer strafbaar is, zijn juist in deze omstandigheden buitengewoon contraproductief.

Bovendien gaat van het feit dat Justitie antisemitisme uiterst traag en soms pas na veel aandringen en lijkt te vervolgen een verkeerde voorbeeldwerking uit. Direct benadeelden blijven zich onveilig voelen doordat Justitie hen meestal niet informeert als er wel actie wordt ondernomen.

CIDI merkt al jaren op dat de sfeer in Nederland, ook tijdens ‘piekjaren’, minder grimmig is dan in andere Europese landen. Daarvoor verdienen onder meer landelijke politici een compliment, althans degenen onder hen die niet ‘meehuilen met de wolven in het bos’. Hun grote inzet bij het bestrijden van racisme en van de verharding van het maatschappelijk discours mag niet onderschat worden. Het is te hopen dat dit zo blijft.
Author(s): Heitlinger, Alena
Date: 2009
Author(s): Bradney, Anthony
Date: 2009
Author(s): Muir, Simo
Date: 2009
Abstract: Artikkelin tarkoituksena on kuvata sosiolingvistisestä näkökulmasta Helsingin juutalaisten kontakteja ja kielenvaihtoja ja analysoida joitakin juutalaisten etnolektisen puheen ilmiöitä. Artikkeli tarkastelee tätä kenttää etnolektin yleisten määritelmien sekä jiddišinjälkeisen juutalaisen etnolektin (Post-Yiddish Jewish Ethnolect) käsitteen valossa.

Artikkelin ensimmäinen osa tarkastelee Helsingin juutalaisen yhteisön muodostumista, juutalaisen yhteisön monikielisyyttä ja yhteisössä tapahtuneita kielenvaihtoja jiddiaistä ruotsin kautta suomeen. Myös venäjän, saksan ja (nyky)heprean kielellä on on ollut roolinsa yhteisön monikielisyydessä. Vastoin yleistä käsitystä, Helsingin juutalainen yhteisö säilytti jiddišin kielen verrattain pitkään ruotsin ja suomen rinnalla. Jiddišin kielellä oli tärkeä sija kulttuurielämässä sekä uskonnollisessa toiminnassa. Artikkeli pohtii myös eri tekijöitä, jotka johtivat lopulta jiddišin kielen syrjäytymiseen.

Artikkelin toinen osa tarkastelee lehdissä ja juutalaisissa revyyteksteissä esiintyviä vanhan juutalaisruotsin ja juutalaissuomen parodioita. Nämä osoittavat omalta osaltaan, että valtaväestöllä oli selvä kuva siitä, mitkä olivat juutalaisruotsin tai juutalaissuomen ominaispiirteet ja että Helsingin juutalaisten kielelliseen repertoaariin kuului jiddišinvaikutteinen varieteetti. Myös tänä päivänä on havaittavissa ryhmänsisäisessä kanssakäymisessä niin ruotsin kuin suomenkin kielessä erityinen etnolektinen rekisteri, jota voidaan käyttää tunnusmerkkisissä tilanteissa (marked situations). Tämä etnolektinen rekisteri esiintyy erityisesti tilanteissa, joissa etnisen ryhmäidentiteetin rooli on keskeinen. Artikkeli tarkastelee ilmiötä kirjallisten ja suullisten lähteiden avulla ja tuo esille sen keskeisiä piirteitä.
Date: 2009
Abstract: This thesis examines the issue of ethnicity and kinship and explores the advent of identity formation, specifically in a Reform Jewish context, via youth movement participation. Through the mediums of informal education, focus group discussion and individual semi-structured interviews, I engage in an exploration of identifying what it means to be Jewish, how youth movements augment and abet Jewish identity formation, and the boundaries that exist between young Jews and their host communities.
Youth movement youngsters are observed in situ and Grounded Theory (Strauss, 1987; Glaser, 1978; Glaser, 1992; Glaser, 1998; Glaser, and Strauss, 1968) is employed to elucidate their engagements and interactions. Three case studies (Stake, 1995) are then presented to illustrate the experience of youth movement “graduates”. Interpretative Phenomenological Analysis (Smith, 2004; Smith and Osborn, 2003) is used to consider the dimensions of their relationship to Judaism, their youth movement and mainstream society.
I conclude that Jewish Identity is a combination of the Motivational and the Situational imperatives. The combined values of religion, culture and national affinity provide the motivational forces. Situational factors inducing Jewish identity amongst youth movement members are the ever wider boundaries they create for themselves and that are created for them. The first boundary of these youngsters that I identify is their movement loyalty relative to other Jewish youth movements; the next is their Reform Judaism within a wider Jewish context and the broader category is their “Jewishness” in a wider society. This “Jewishness” is expressed through the desire for Jewish Continuity (the future of the Jewish people) and the perpetuation of the feeling of “otherness”.
The final chapter charts my developing identity as a researcher. I pose and answer questions taken from throughout the thesis to illustrate my trajectory along the route of becoming a researcher and interpolating my Jewish roots and their significance in my identity development.
Author(s): Markens, Henri
Date: 2009