Search results

Your search found 548 items
Previous | Next
Sort: Relevance | Topics | Title | Author | Publication Year
turned off because more than 500 resultsView all
1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11
Home  / Search Results
Author(s): Švob, Melita
Date: 2005
Abstract: Koliko ima Židova u svijetu, gdje se nalaze, kamo idu i odakle dolaze, koliko ima starih, a koliko mladih itd. pitanja su koja stalno postavljaju ne samo stručnjaci demografi već i političari, sociolozi, ekonomisti, genetičari pa i rasisti. Poznati židovski demografi zabrinuto konstatiraju da smo sve stariji, a da mladi više ne mare za židovstvo, a svaka židovska zajednica koja drži do sebe prebrojava i istražuje svoje članstvo. Istraživanja židovske populacije su veoma težak zadatak, jer se radi o dinamičnoj kategoriji stanovništva, koja se stalno mijenja. Neki kriteriji se primjenjuju na istraživanja svih populacija (npr. omjer između nataliteta i mortaliteta), a neki su specifični samo za židovsku populaciju, kao što je to pitanje osobne ili grupne identifikacije sa židovstvom. U Izraelu pitanje « tko je Židov » ne ovisi o osobnoj identifikaciji, koja je česta u dijaspori, već o zakonskim i rabinskim rješenjima (halaha). U našoj, relativno maloj Židovskoj zajednici, godinama se prate demografske promjene, a u ovom članku prikazati ćemo, uz ranije, i prve rezultate naših novijih istraživanja. Židovska populacija u Hrvatskoj Za istraživanje židovske populacije preporučuje se kombinacija različitih izvora podataka: popisa stanovništva, podataka iz židovskih općina i rezultata posebnih istraživanja. U popisima stanovništva Hrvatske, poslije II. svjetskog rata, broj Židova ne može se smatrati potpunim, dijelom zbog metodologije popisivanja, a i zbog iskustva Židova u II. svjetskom ratu. Ni broj Židova koji su članovi židovskih općina, (koji se razlikuje od podataka popisa stanovništva), nije potpun, jer ima Židova koji nisu članovi općina, a u općine su učlanjeni i ne-Židovi, supružnici iz mješovitih brakova. Tako su u prvom poslijeratnom popisu stanovništva bivše Jugoslavije, 1948. godine, bila popisana 6.853 Židova, a u isto vrijeme bilo je 11.934 članova židovskih općina.
Editor(s): Blobaum, Robert
Date: 2005
Date: 2005
Abstract: Vorig jaar (2003) constateerde CIDI een lichte daling van het aantal geregistreerde incidenten. Dit jaar (2004) is het aantal vrijwel op hetzelfde niveau. CIDI is ervan overtuigd dat deze daling mede te danken is aan het feit, dat zowel op overheidsniveau als op NGO-niveau de bestrijding van antisemitisme op de agenda is blijven staan. Dat stemt enigszins hoopvol en betekent dat dit ook de komende jaren zo dient te blijven. In de conclusie zullen wij dieper ingaan op hetgeen sterke verbetering behoeft, zoals het vrijmaken van tijd en gelden voor het invoeren van antidiscriminatie programma’s op scholen en justitieel optreden. Te vaak blijven grote zaken liggen of worden zij geseponeerd.

In Nederland lieten de jaren 2000 tot en met 2002 een verontrustende scherpe stijging zien van het aantal antisemitische incidenten. Ook de aard ervan werd ernstiger. Er is nog steeds sprake van een hoog niveau, hoewel in 2003 de stijgende lijn werd doorbroken met een daling naar 334 incidenten van 359 in 2002. Het totaal aantal incidenten in 2004 bedraagt 326: geen stijging, maar nog steeds een hoog niveau. Ook in de periode januari-mei 2005 vindt geen stijging plaats in vergelijking met dezelfde periode vorig jaar. Deze laatste registratieperiode betreft overigens alleen de bij CIDI gemelde voorvallen.

Antisemitisme op scholen
Zeer zorgelijk blijft het grote aantal meldingen vanuit het onderwijs. Het aantal incidenten (18) is in 2004 weliswaar hetzelfde als in 2003, maar in vier gevallen is er sprake van dreiging met geweld. Een klasgenoot bedreigde een Joodse medeleerlinge met de woorden “als je dat doet, kom ik met al mijn familie en vrienden uit de buurt om je in elkaar te slaan”. De Joodse leerlinge had gezegd dat zij de antisemitische slogans van de dader zou melden. Deze waren: “Jij liegt, alle Joden zijn leugenaars” en “Ja, ja, Joden zijn verboden, Joden moet je doden.” Op een andere school was op het schoolbord geschreven: “Joden doden is niet erg, Hitler deed het ook.” Opvallend is dat vijf van de in 2004 gemelde incidenten Amstelveense scholen betreffen.

Uit onderzoeken blijkt dat leerlingen zeker na de moord op cineast Theo van Gogh zijn gaan radicaliseren. Dit geldt zowel voor sommige jongeren van Noord-Afrikaanse afkomst, die hun pijlen richten op het Nederlandse stelsel van normen en waarden, maar ook voor sommige autochtone leerlingen die zich schuldig maken aan racisme richting leerlingen van Noord-Afrikaanse afkomst. Dat beeld wordt bevestigd door het in juni 2005 verschenen onderzoek dat in opdracht van de Algemene Onderwijsbond en AT5 door de Dienst Onderzoek en Statistiek van de Gemeente Amsterdam naar extremisme en radicalisering in het Amsterdamse voortgezet onderwijs is uitgevoerd. Uit het onderzoek blijkt antisemitisme het hoogste te scoren. Uitingen gericht tegen Joden of Israel wordt door 31% van de leraren vaak of soms waargenomen, antiwesterse uitlatingen, waaronder uitspraken tegen homo’s door 29%. Uitingen gericht tegen Moslims wordt door 18% van de leraren waargenomen en het goedkeuren van politiek geweld vanuit extreem-rechtse of racistische motieven 16%.

Educatie over de Tweede Wereldoorlog en de Holocaust blijft een belangrijk instrument om te laten zien waartoe racisme in zijn ultieme vorm kan leiden.

Antisemitisme in het buitenland
Evenals vorig jaar is de Nederlandse situatie een gunstige uitzondering in vergelijking met het buitenland. Volgens het Stephen Roth Institute, dat verbonden is aan de Universiteit van Tel Aviv, was het aantal gevallen van antisemitisch geweld en vandalisme in 2004 wereldwijd het hoogste van de afgelopen vijftien jaar. De studie noemt de frustratie onder jonge moslimimmigranten in rijke landen als Frankrijk, Groot-Brittannië en Canada de belangrijkste factor in de toename van antisemitische incidenten.

Wereldwijd vonden er 482 ernstige incidenten plaats, waarvan 20 fysiek geweld betroffen. In 2003 waren deze cijfers 330 en 30. De toename van het aantal incidenten betreft in West-Europa met name Groot-Brittannië, Frankrijk en België. In Rusland steeg het aantal incidenten met 40%.

Het alledaagse antisemitisme waarvan de Joodse gemeenschap slachtoffer is, wordt sterk gevoed vanuit de haatideologieën die zich via het internet en virulent antisemitische satellietuitzendingen in het onderbewustzijn van mensen nestelen. Die ideologieën vallen nog eens op extra vruchtbare bodem bij hen, die al traditionele vooroordelen over Joden hebben. Uit recent onderzoek van de Anti-Defamation League (juni 2005) blijkt dat traditionele antisemitische stereotypen – zoals Joden die overal aan de touwtjes trekken – nog steeds hardnekkig zijn. Het onderzoek werd uitgevoerd onder 6000 Europeanen in 12 Europese landen, waaronder Nederland. Bijna 30% van alle ondervraagden is van mening dat Joden teveel macht in de zakenwereld hebben en 32% vindt dat Joden teveel macht in de financiële wereld hebben. Zo’n 20% houdt de Joden verantwoordelijk voor de kruisiging van Jezus; 29% zegt dat hun opinie over Joden wordt beïnvloed door de Israelische politiek en van hen zegt 52% dat hun opvattingen over Joden verslechteren vanwege Israel.

In Nederland antwoordde 18% positief op de vraag of Joden teveel macht in de zakenwereld hebben. In 2003 was dat ook 18%. Op de vraag of Joden teveel macht in de financiële wereld hebben antwoordde 19% bevestigend. En ook dat was geen verschil met 2003. In Duitsland, Groot-Brittannië, Frankrijk en België was er voor beide vragen een afname. In Frankrijk bedroeg die op de eerste vraag zelfs 8%, nl. van 33% naar 25% en in Engeland was dat 6%, nl. van 20% naar 14%.

Het conflict tussen Israel en de Palestijnen blijft sterke emoties oproepen. Negatieve gevoelens over de Israelische politiek worden rechtstreeks op Joden geprojecteerd. Dit wordt nog eens versterkt doordat de Arabische media, die ook hier worden ontvangen, geen onderscheid maken tussen Israel en Joden. Uit de diverse dialoogactiviteiten met leden van de Moslimgemeenschap, die CIDI zelf initieert of waaraan CIDI-medewerkers deelnemen, blijkt echter dat, hoe moeizaam ook, beide groepen in staat zijn ondanks politieke meningsverschillen met elkaar te werken aan een coherente samenleving.
Date: 2005
Abstract: Ce rapport contient:

une comparaison des actes antisémites pour les années 2000 à 2004;
le total des actes antisémites pour l’année 2004;
le total des incidents par type d’incident;
le total des incidents par type de cible;
le total des incidents par ville.


Analyse des incidents antisémites recensés au cours de l’année 2004

Du 1er janvier au 31 décembre 2004, 46 incidents antisémites ont été recensés en Belgique.

Les villes les plus touchées sont Anvers et Bruxelles, suivent Knokke, Gand, Charleroi et Hasselt.

Deux constats clairs peuvent être mis en avant pour cette année 2004:

Le premier est l’augmentation importante d’incidents à Anvers. Alors qu’en 2002, sur les 62 incidents recensés, 7 seulement ont été perpétrés à Anvers et que, pour l’année 2003, on n’en a compté que 3 sur 28, en 2004, 20 incidents antisémites ont été recensés sur le territoire de la province d’Anvers.
Quant au second constat, il pointe la différence claire de nature des incidents antisémites entre la ville d’Anvers et les autres villes du pays. Alors que les actes antisémites perpétrés sont principalement des insultes, menaces ou actes de vandalisme dans les autres villes, 7 des 9 agressions antisémites recensées en Belgique ont été commises à Anvers, dont le plus grave fut le coup de couteau dans le dos reçu par un jeune étudiant d’une yeshiva.
Ces constats ne relèvent aucunement du hasard et plusieurs raisons peuvent être avancées pour le confirmer. Tout d’abord, la grande majorité des victimes d’actes antisémites à Anvers sont les juifs orthodoxes. Ceux-ci sont victimes de bien plus d’actes antisémites que ceux recensés. Seulement, ces victimes ne réagissent que très peu. Ce n’est que grâce à un travail de sensibilisation des organisations juives anversoises que les victimes issues de cette communauté isolée prennent maintenant de plus en plus l’initiative de déposer plainte. En outre, les victimes d’agressions sont reconnaissables en tant que juives de part leur habillement (chapeau noir, kaftan noir, papillotes…) et constituent par conséquent une cible beaucoup plus facilement repérable pour les auteurs d’agression. Enfin, l’AEL (Arab European League) est bien implantée dans les milieux arabes anversois. Ses nombreux communiqués sur l’actualité au Proche-Orient, visant à combattre l’ennemi sioniste et à stigmatiser la ville d’Anvers comme la capitale du sionisme européen, devant, à leurs yeux, devenir la Mecque du combat pour la liberté du peuple palestinien, importent le conflit et amènent des jeunes souvent désoeuvrés à commettre de tels actes.

Enfin, les cibles restent à près de 75% des personnes physiques. Les bâtiments communautaires (centres, synagogues, musées) ont subis 5 actes de vandalisme ou menaces, tandis que les lieux publics ont fait l’objet de 4 actes de vandalisme (croix gammées, etc…).
Date: 2005
Author(s): Willis, Ben
Date: 2005
Abstract: Within New Labour Policy, faith community involvement within urban renewal has
firmly been placed on the Office of the Deputy Prime Minister’s policy agenda.
Nationally, faith community awareness is significantly increasing but what is a more important consideration is how this policy is developed to the micro-level. With specific interest in housing needs this policy arena has created the core context for this research.
Primary methodologies have been adopted to investigate the specific housing needs of the ultra-orthodox Jewish community within their micro-enclave of Gateshead. A particular focus will be on those projects, which aim to reduce the specific overcrowding issue within this community, which at 40% is the highest Borough-wide. Sub-regional and
private sector involvement has been key to the success of current renewal programmes
alongside successful mechanisms of Jewish participation. Key issues arising are the lack
of intra-agency knowledge flows, the lack of proposed further projects partnerships and
the increasing ‘parallel lives’ syndrome. The research discusses recommendations for future policy adaptation including the appointment of a Gateshead Council Community Liaison Officer in conjunction with a Gateshead Council Jewish Community strategy would begin to alleviate participation and planning issues. In conjunction with this there is a significant need for Jewish-led renewal and this should be addressed by the
establishment of a Jewish Housing Corporation.
Author(s): Leviton, Mervyn
Date: 2005
Abstract: The main aim of this research is to determine whether or not there has been any noticeable change in the level of religious observance and practice of less or non-observant parents which directly or indirectly can be attributed to the influence of their children and the Jewish primary school they attend. There is a frequently voiced assumption amongst those involved in Jewish education that parents, whose children attend a Jewish primary school, have increased their level of observance due to the influence of their children and the school. However, no previous research has been carried out in the United Kingdom in order to examine the basis of this premise. The purpose ofmy own research is to test this assumption in a thorough and rigorous manner by means of both questionnaires and in-depth interviews with parents of pupils attending three Jewish primary schools in England. In addition, there are two further specific areas that will be investigated as supplementary parts ofthe main research: [i] To compare the extent of similarities and differences of any such changes in religious observance between those Jewish families in England who formed part ofmy study, and those in the USA whose children attend Jewish day schools, who have also been the subject of separate research in the USA. [ii] To determine whether within the data of this research study, there is any correlation with previous research in the field of social psychology regarding causes and effects of social conformity and deviation. The data from this specific area of research will be used to focus on the effects of a crucial inter-connection between parents, children and the school. The thesis includes an examination of previous allied research and its implications relating to the nature of religious identity and changes in parental behaviour attributed to the influence of their children's Jewish education. It also contains chapters outlining the historical and social background which led to a weakening ofJewish religious observance in the UK during the zo" century and a study of the changing role of the traditional Jewish family and its effect on the levels of religious observance in Anglo-Jewry. The data from questionnaires and interviews are analysed in a thorough manner. The results and conclusions of this thesis should be of benefit to those planning and administering Jewish primary schools in the UK.
Author(s): Remennick, Larissa
Date: 2005
Date: 2005
Translated Title: Jewish Immigrants in Germany
Date: 2005