Monitor antisemitische incidenten in Nederland 2008. Met een verslag van de Gazaperiode: 27-12-2008 – 23-1-2009
Translated Title
Monitor of antisemitic incidents in the Netherlands 2008. With a report on the Gaza war period: 27-12-2008 to 23-1-2009
Author(s)
Publication Date
Publication Place
Publisher
Abstract
Het jaar 2008 was relatief rustig met 108 incidenten, een zeer lichte stijging ten opzichte van het jaar ervoor. Het jaar was nog niet eens afgelopen toen de Israelische actie in Gaza begon: in minder dan één maand kwamen er 98 meldingen binnen, bijna evenveel als in heel 2008. CIDI rapporteerde deze periode apart en analyseerde de hatemails om te zien wat voor antisemitische ideeën achter de hategolf zaten.
Na een relatief rustig jaar 2008, met 108 antisemitische incidenten tegen 104 in het jaar daarvoor, telde CIDI tijdens de operatie Cast Lead (27 december 2008 tot 23 januari 2009) in minder dan één maand 98 antisemitische incidenten. Dat is bijna evenveel als in het hele jaar 2007 of 2008. Dit is een internationale beweging. Andere Europese landen registreerden ook een sterke stijging, terwijl de ontwikkeling van het aantal antisemitische incidenten in ‘rustige perioden’ per land heel verschillend kan zijn.
Tijdens de Gazaperiode was het aantal meldingen van ernstige incidenten – fysiek geweld en concrete bedreiging daarmee – hoger dan in elk van de twee jaren daarvoor (3 in 2007, 5 in 2008, 9 tijdens Gaza).
Antisemitische uitingen op internet zijn als vanouds niet door CIDI geteld. Het Meldpunt Discriminatie Internet (MDI) meldde, evenals de politie, voor 2008 een vergelijkbare rust. Het aantal antisemitische incidenten dat politie en MDI registreerden in 2008 was echter hoog in verhouding tot andere discriminerende incidenten. Hoewel het geschatte aantal Joden in Nederland (40.000) veel lager is dan het aantal moslims (850.000 in 2007), registreerde de politie in 2008 141 incidenten wegens ‘Joods zijn (of er zo uitzien)’, tegen slechts 116 incidenten wegens ‘Moslim zijn (of er zo uitzien)’. En hoewel de meeste bij MDI gemelde uitingen in 2008 betrekking hadden op moslims (met een verschil van 1), zijn de meeste strafbaar geachte uitingen in 2008 (252) antisemitisch.
Als altijd bij dergelijke pieken viel tijdens de Gazaperiode de grote stijging van antisemitische e-mails op. Het eveneens hoge aantal meldingen van antsemitische uitingen op internet – vrijwel altijd lezersreacties op bona fide nieuwssites – is door CIDI als gewoonlijk niet geteld; de meeste zijn gemeld bij het MDI. Dat telde tijdens de Gazaperiode 78 antisemitische uitingen, “tweemaal zoveel als normaal”.
Voor zover een signalement bekend is, waren de daders van ‘real life’-incidenten vrijwel altijd Marokkaans of ‘er zo uitziend’. Er zijn daarentegen aanwijzingen dat onder de circa vijftig mensen die hun haat per email of schriftelijk uitstortten over Joodse en Israelische instellingen en personen, waarschijnlijk veel autochtonen waren. Daarbij werden weinig rechts-extremistische uitdrukkingen of beelden gebruikt.
In reacties op het gebeuren in Gaza uitten veel mensen niet alleen een politieke mening over de daden van de Israelische regering (hetgeen door CIDI niet als antisemitisch wordt geteld), maar spuiden zij klassieke antisemitische vooroordelen over ‘de’ Joden.
Daarbij werd opvallend vaak de Holocaust ontkend of gebagatelliseerd. In de gemelde e-mails in 2007 werd dit geen enkele maal gedaan, in 2008 zeven keer; tijdens de Gazaperiode 20 maal. Vergelijkingen tussen Israel/Joden/Israeli’s enz en nazi’s kwamen in 2007 tweemaal voor, in 2008 11 keer; tijdens de Gazaperiode 19 keer. Nog vaker werd gezegd dat de Holocaust ‘volkomen terecht’ was, ‘afgemaakt’ had moeten worden, of alsnog moet worden afgemaakt omdat ‘alle Joden dood moeten’. Dit was de meest voorkomende antisemitische uitspraak in de geanalyseerde e-mails: hij werd tweemaal gedaan in 2007, 15 keer in 2008 en 23 keer tijdens ‘Gaza’.
Het gelijkstellen van Israelische acties aan de Holocaust, of zelfs zeggen dat de Holocaust minder erg is dan Israelische acties, is nooit eerder zo massaal in Nederland gepropageerd als tijdens de Gazaperiode. Dit gebeurde door op grote schaal via internet en e-mail verspreide fotomontages, maar meer nog door specifiek op Nederland gerichte pamfletten die in enorme aantallen door het hele land huis aan huis zijn verspreid. Taalfouten in de tekst achterop het pamflet lijken te wijzen op niet-Nederlandse opstellers. Gezien de grote schaal van de verspreiding en de gemaakte kosten gaat het mogelijk om een organisatie.
In alle categorieen incidenten was vooral de grootschaligheid van de haat verontrustend. Honderden, met tv-kijkers meegeteld duizenden mensen die helemaal niets te maken hebben met het conflict, werden er ongevraagd mee geconfronteerd. Vooral de spreekkoren die tijdens demonstraties ‘Hamas, Hamas, Joden aan het gas’ en ‘ Hitler, Hitler, Hitler’ scandeerden, maakten een beangstigende indruk op grote aantallen ooggetuigen en tv-kijkers.
De heftige reactie op gebeurtenissen in het buitenland, alléén wanneer het om Israel gaat, blijft een zorgelijk fenomeen. Daarbij is het verontrustend dat ook mensen die zich niet antisemitisch uiten het vaak volkomen normaal lijken te vinden dat anti-Israelgevoelens leiden tot anti-Joodse gevoelens en daden. Zo lang deze foute grondhouding blijft bestaan, kan de Joodse gemeenschap in Nederland op elk willekeurig moment, steeds opnieuw, het slachtoffer worden van een nieuwe antisemitismegolf. Het is een waanidee dat op alle mogelijke manieren voortdurend moet worden bestreden.
Uit een analyse van onder meer de bij CIDI gemelde e-mails blijkt dat voor de verzenders de Holocaust niet langer geldt als universele waarschuwing tegen antisemitisme. Deze hatemailers schuiven integendeel Israel/Joden enz. ten onrechte vergelijkbare of ergere vergrijpen in de schoenen als rechtvaardiging voor antisemitisme en om het bestaansrecht te betwisten van niet alleen Israel, maar vaak het gehele Joodse volk waar ook ter wereld. Voorstellen zoals van de VVD, die maken dat het ontkennen van de Holocaust onder bijna alle omstandigheden niet langer strafbaar is, zijn juist in deze omstandigheden buitengewoon contraproductief.
Bovendien gaat van het feit dat Justitie antisemitisme uiterst traag en soms pas na veel aandringen en lijkt te vervolgen een verkeerde voorbeeldwerking uit. Direct benadeelden blijven zich onveilig voelen doordat Justitie hen meestal niet informeert als er wel actie wordt ondernomen.
CIDI merkt al jaren op dat de sfeer in Nederland, ook tijdens ‘piekjaren’, minder grimmig is dan in andere Europese landen. Daarvoor verdienen onder meer landelijke politici een compliment, althans degenen onder hen die niet ‘meehuilen met de wolven in het bos’. Hun grote inzet bij het bestrijden van racisme en van de verharding van het maatschappelijk discours mag niet onderschat worden. Het is te hopen dat dit zo blijft.
Na een relatief rustig jaar 2008, met 108 antisemitische incidenten tegen 104 in het jaar daarvoor, telde CIDI tijdens de operatie Cast Lead (27 december 2008 tot 23 januari 2009) in minder dan één maand 98 antisemitische incidenten. Dat is bijna evenveel als in het hele jaar 2007 of 2008. Dit is een internationale beweging. Andere Europese landen registreerden ook een sterke stijging, terwijl de ontwikkeling van het aantal antisemitische incidenten in ‘rustige perioden’ per land heel verschillend kan zijn.
Tijdens de Gazaperiode was het aantal meldingen van ernstige incidenten – fysiek geweld en concrete bedreiging daarmee – hoger dan in elk van de twee jaren daarvoor (3 in 2007, 5 in 2008, 9 tijdens Gaza).
Antisemitische uitingen op internet zijn als vanouds niet door CIDI geteld. Het Meldpunt Discriminatie Internet (MDI) meldde, evenals de politie, voor 2008 een vergelijkbare rust. Het aantal antisemitische incidenten dat politie en MDI registreerden in 2008 was echter hoog in verhouding tot andere discriminerende incidenten. Hoewel het geschatte aantal Joden in Nederland (40.000) veel lager is dan het aantal moslims (850.000 in 2007), registreerde de politie in 2008 141 incidenten wegens ‘Joods zijn (of er zo uitzien)’, tegen slechts 116 incidenten wegens ‘Moslim zijn (of er zo uitzien)’. En hoewel de meeste bij MDI gemelde uitingen in 2008 betrekking hadden op moslims (met een verschil van 1), zijn de meeste strafbaar geachte uitingen in 2008 (252) antisemitisch.
Als altijd bij dergelijke pieken viel tijdens de Gazaperiode de grote stijging van antisemitische e-mails op. Het eveneens hoge aantal meldingen van antsemitische uitingen op internet – vrijwel altijd lezersreacties op bona fide nieuwssites – is door CIDI als gewoonlijk niet geteld; de meeste zijn gemeld bij het MDI. Dat telde tijdens de Gazaperiode 78 antisemitische uitingen, “tweemaal zoveel als normaal”.
Voor zover een signalement bekend is, waren de daders van ‘real life’-incidenten vrijwel altijd Marokkaans of ‘er zo uitziend’. Er zijn daarentegen aanwijzingen dat onder de circa vijftig mensen die hun haat per email of schriftelijk uitstortten over Joodse en Israelische instellingen en personen, waarschijnlijk veel autochtonen waren. Daarbij werden weinig rechts-extremistische uitdrukkingen of beelden gebruikt.
In reacties op het gebeuren in Gaza uitten veel mensen niet alleen een politieke mening over de daden van de Israelische regering (hetgeen door CIDI niet als antisemitisch wordt geteld), maar spuiden zij klassieke antisemitische vooroordelen over ‘de’ Joden.
Daarbij werd opvallend vaak de Holocaust ontkend of gebagatelliseerd. In de gemelde e-mails in 2007 werd dit geen enkele maal gedaan, in 2008 zeven keer; tijdens de Gazaperiode 20 maal. Vergelijkingen tussen Israel/Joden/Israeli’s enz en nazi’s kwamen in 2007 tweemaal voor, in 2008 11 keer; tijdens de Gazaperiode 19 keer. Nog vaker werd gezegd dat de Holocaust ‘volkomen terecht’ was, ‘afgemaakt’ had moeten worden, of alsnog moet worden afgemaakt omdat ‘alle Joden dood moeten’. Dit was de meest voorkomende antisemitische uitspraak in de geanalyseerde e-mails: hij werd tweemaal gedaan in 2007, 15 keer in 2008 en 23 keer tijdens ‘Gaza’.
Het gelijkstellen van Israelische acties aan de Holocaust, of zelfs zeggen dat de Holocaust minder erg is dan Israelische acties, is nooit eerder zo massaal in Nederland gepropageerd als tijdens de Gazaperiode. Dit gebeurde door op grote schaal via internet en e-mail verspreide fotomontages, maar meer nog door specifiek op Nederland gerichte pamfletten die in enorme aantallen door het hele land huis aan huis zijn verspreid. Taalfouten in de tekst achterop het pamflet lijken te wijzen op niet-Nederlandse opstellers. Gezien de grote schaal van de verspreiding en de gemaakte kosten gaat het mogelijk om een organisatie.
In alle categorieen incidenten was vooral de grootschaligheid van de haat verontrustend. Honderden, met tv-kijkers meegeteld duizenden mensen die helemaal niets te maken hebben met het conflict, werden er ongevraagd mee geconfronteerd. Vooral de spreekkoren die tijdens demonstraties ‘Hamas, Hamas, Joden aan het gas’ en ‘ Hitler, Hitler, Hitler’ scandeerden, maakten een beangstigende indruk op grote aantallen ooggetuigen en tv-kijkers.
De heftige reactie op gebeurtenissen in het buitenland, alléén wanneer het om Israel gaat, blijft een zorgelijk fenomeen. Daarbij is het verontrustend dat ook mensen die zich niet antisemitisch uiten het vaak volkomen normaal lijken te vinden dat anti-Israelgevoelens leiden tot anti-Joodse gevoelens en daden. Zo lang deze foute grondhouding blijft bestaan, kan de Joodse gemeenschap in Nederland op elk willekeurig moment, steeds opnieuw, het slachtoffer worden van een nieuwe antisemitismegolf. Het is een waanidee dat op alle mogelijke manieren voortdurend moet worden bestreden.
Uit een analyse van onder meer de bij CIDI gemelde e-mails blijkt dat voor de verzenders de Holocaust niet langer geldt als universele waarschuwing tegen antisemitisme. Deze hatemailers schuiven integendeel Israel/Joden enz. ten onrechte vergelijkbare of ergere vergrijpen in de schoenen als rechtvaardiging voor antisemitisme en om het bestaansrecht te betwisten van niet alleen Israel, maar vaak het gehele Joodse volk waar ook ter wereld. Voorstellen zoals van de VVD, die maken dat het ontkennen van de Holocaust onder bijna alle omstandigheden niet langer strafbaar is, zijn juist in deze omstandigheden buitengewoon contraproductief.
Bovendien gaat van het feit dat Justitie antisemitisme uiterst traag en soms pas na veel aandringen en lijkt te vervolgen een verkeerde voorbeeldwerking uit. Direct benadeelden blijven zich onveilig voelen doordat Justitie hen meestal niet informeert als er wel actie wordt ondernomen.
CIDI merkt al jaren op dat de sfeer in Nederland, ook tijdens ‘piekjaren’, minder grimmig is dan in andere Europese landen. Daarvoor verdienen onder meer landelijke politici een compliment, althans degenen onder hen die niet ‘meehuilen met de wolven in het bos’. Hun grote inzet bij het bestrijden van racisme en van de verharding van het maatschappelijk discours mag niet onderschat worden. Het is te hopen dat dit zo blijft.
Translated Abstract
The year 2008 was relatively quiet, with 108 incidents—a very slight increase compared to the previous year. The year had not yet ended when the Israeli operation in Gaza began; in less than a month, 98 reports were received—almost as many as in the whole of 2008. CIDI reported on this period separately and analyzed the hate mail to identify the antisemitic ideas driving this wave of hatred.
Following a relatively quiet 2008—with 108 antisemitic incidents compared to 104 the year before—CIDI recorded 98 antisemitic incidents in less than a month during Operation Cast Lead (December 27, 2008, to January 23, 2009). That figure is nearly equal to the total number of incidents in either 2007 or 2008. This is an international trend; other European countries also recorded a sharp rise, although the pattern of antisemitic incidents during "quiet periods" can vary significantly from country to country.
During the Gaza period, the number of reports involving serious incidents—physical violence and concrete threats thereof—was higher than in either of the two preceding years (3 in 2007, 5 in 2008, and 9 during the Gaza conflict).
As is customary, CIDI did not include antisemitic expressions on the internet in its count. The Internet Discrimination Reporting Point (MDI), like the police, reported a similarly quiet year for 2008. However, the number of antisemitic incidents registered by the police and the MDI in 2008 was high relative to other incidents of discrimination. Although the estimated number of Jews in the Netherlands (40,000) is far lower than the number of Muslims (850,000 in 2007), in 2008 the police recorded 141 incidents based on "being Jewish (or looking Jewish)," compared to just 116 incidents based on "being Muslim (or looking Muslim)." And while the majority of expressions reported to the MDI in 2008 concerned Muslims (by a margin of one), the majority of expressions deemed punishable by law in 2008 (252) were antisemitic.
As is always the case with such spikes, the sharp rise in antisemitic emails during the Gaza conflict stood out. The—likewise high—number of reports regarding antisemitic expressions on the internet (almost invariably reader comments on legitimate news sites) was, as usual, not tallied by CIDI; most were reported to the MDI. During the Gaza conflict, the MDI recorded 78 antisemitic expressions—"twice the usual number."
Where a description of the perpetrator is known, the individuals involved in "real-life" incidents were almost always Moroccan or "looked Moroccan." Conversely, there are indications that the approximately fifty people who vented their hatred via email or in writing against Jewish and Israeli institutions and individuals likely included many native Dutch people. Few right-wing extremist terms or images were used in these instances.
In their reactions to events in Gaza, many people did not merely express a political opinion regarding the actions of the Israeli government (which CIDI does not classify as antisemitic); they also spewed classic antisemitic prejudices about "the" Jews.
Notably, the Holocaust was frequently denied or downplayed in these comments. This did not occur a single time in the emails reported in 2007; it happened seven times in 2008 and 20 times during the Gaza period. Comparisons between Israel/Jews/Israelis, etc., and Nazis appeared twice in 2007 and 11 times in 2008; during the Gaza period, they occurred 19 times. Even more frequent were statements claiming that the Holocaust was ‘entirely justified,’ that the job should have been ‘finished,’ or that it still needs to be finished because ‘all Jews must die.’ This was the most common antisemitic statement found in the analyzed emails: it was made twice in 2007, 15 times in 2008, and 23 times during the ‘Gaza’ period.
Equating Israeli actions with the Holocaust—or even claiming that the Holocaust was less severe than Israeli actions—had never before been propagated on such a massive scale in the Netherlands as it was during the Gaza period. This occurred through photomontages circulated widely via the internet and email, but even more so through pamphlets specifically targeting the Netherlands, which were distributed door-to-door in huge numbers across the country. Linguistic errors in the text on the back of the pamphlet suggest that the authors were not native Dutch speakers. Given the scale of distribution and the costs involved, an organization may well be behind it.
Across all categories of incidents, the sheer scale of the hatred was particularly alarming. Hundreds of people—or thousands, if TV viewers are included—who had absolutely no connection to the conflict were confronted with it unsolicited. In particular, the chants of ‘Hamas, Hamas, Jews to the gas’ and ‘Hitler, Hitler, Hitler’ during demonstrations made a frightening impression on large numbers of eyewitnesses and TV viewers. The intense reaction to events abroad—occurring only when Israel is involved—remains a troubling phenomenon. It is also disconcerting that even people who do not express antisemitic views often seem to consider it completely normal for anti-Israel sentiment to lead to anti-Jewish sentiment.
Following a relatively quiet 2008—with 108 antisemitic incidents compared to 104 the year before—CIDI recorded 98 antisemitic incidents in less than a month during Operation Cast Lead (December 27, 2008, to January 23, 2009). That figure is nearly equal to the total number of incidents in either 2007 or 2008. This is an international trend; other European countries also recorded a sharp rise, although the pattern of antisemitic incidents during "quiet periods" can vary significantly from country to country.
During the Gaza period, the number of reports involving serious incidents—physical violence and concrete threats thereof—was higher than in either of the two preceding years (3 in 2007, 5 in 2008, and 9 during the Gaza conflict).
As is customary, CIDI did not include antisemitic expressions on the internet in its count. The Internet Discrimination Reporting Point (MDI), like the police, reported a similarly quiet year for 2008. However, the number of antisemitic incidents registered by the police and the MDI in 2008 was high relative to other incidents of discrimination. Although the estimated number of Jews in the Netherlands (40,000) is far lower than the number of Muslims (850,000 in 2007), in 2008 the police recorded 141 incidents based on "being Jewish (or looking Jewish)," compared to just 116 incidents based on "being Muslim (or looking Muslim)." And while the majority of expressions reported to the MDI in 2008 concerned Muslims (by a margin of one), the majority of expressions deemed punishable by law in 2008 (252) were antisemitic.
As is always the case with such spikes, the sharp rise in antisemitic emails during the Gaza conflict stood out. The—likewise high—number of reports regarding antisemitic expressions on the internet (almost invariably reader comments on legitimate news sites) was, as usual, not tallied by CIDI; most were reported to the MDI. During the Gaza conflict, the MDI recorded 78 antisemitic expressions—"twice the usual number."
Where a description of the perpetrator is known, the individuals involved in "real-life" incidents were almost always Moroccan or "looked Moroccan." Conversely, there are indications that the approximately fifty people who vented their hatred via email or in writing against Jewish and Israeli institutions and individuals likely included many native Dutch people. Few right-wing extremist terms or images were used in these instances.
In their reactions to events in Gaza, many people did not merely express a political opinion regarding the actions of the Israeli government (which CIDI does not classify as antisemitic); they also spewed classic antisemitic prejudices about "the" Jews.
Notably, the Holocaust was frequently denied or downplayed in these comments. This did not occur a single time in the emails reported in 2007; it happened seven times in 2008 and 20 times during the Gaza period. Comparisons between Israel/Jews/Israelis, etc., and Nazis appeared twice in 2007 and 11 times in 2008; during the Gaza period, they occurred 19 times. Even more frequent were statements claiming that the Holocaust was ‘entirely justified,’ that the job should have been ‘finished,’ or that it still needs to be finished because ‘all Jews must die.’ This was the most common antisemitic statement found in the analyzed emails: it was made twice in 2007, 15 times in 2008, and 23 times during the ‘Gaza’ period.
Equating Israeli actions with the Holocaust—or even claiming that the Holocaust was less severe than Israeli actions—had never before been propagated on such a massive scale in the Netherlands as it was during the Gaza period. This occurred through photomontages circulated widely via the internet and email, but even more so through pamphlets specifically targeting the Netherlands, which were distributed door-to-door in huge numbers across the country. Linguistic errors in the text on the back of the pamphlet suggest that the authors were not native Dutch speakers. Given the scale of distribution and the costs involved, an organization may well be behind it.
Across all categories of incidents, the sheer scale of the hatred was particularly alarming. Hundreds of people—or thousands, if TV viewers are included—who had absolutely no connection to the conflict were confronted with it unsolicited. In particular, the chants of ‘Hamas, Hamas, Jews to the gas’ and ‘Hitler, Hitler, Hitler’ during demonstrations made a frightening impression on large numbers of eyewitnesses and TV viewers. The intense reaction to events abroad—occurring only when Israel is involved—remains a troubling phenomenon. It is also disconcerting that even people who do not express antisemitic views often seem to consider it completely normal for anti-Israel sentiment to lead to anti-Jewish sentiment.
Topics
Genre
Geographic Coverage
Copyright Holder
Original Language
Note
CIDI is the address to report any case of Antisemitism in the Netherlands.Contact CIDI by phone of email if you have experienced any case of antisemitisme in the Netherlands. We will discuss the issue with you and advise about possible (and desirable) next steps to be taken. CIDI: http://www.cidi.nl/
Link
Bibliographic Information
Monitor antisemitische incidenten in Nederland 2008. Met een verslag van de Gazaperiode: 27-12-2008 – 23-1-2009. . 2009: https://archive.jpr.org.uk/object-neth39
