Search results

Your search found 4 items
Sort: Relevance | Topics | Title | Author | Publication Year
Home  / Search Results
Author(s): Friedmann, Elise
Date: 2009
Abstract: Het jaar 2008 was relatief rustig met 108 incidenten, een zeer lichte stijging ten opzichte van het jaar ervoor. Het jaar was nog niet eens afgelopen toen de Israelische actie in Gaza begon: in minder dan één maand kwamen er 98 meldingen binnen, bijna evenveel als in heel 2008. CIDI rapporteerde deze periode apart en analyseerde de hatemails om te zien wat voor antisemitische ideeën achter de hategolf zaten. Na een relatief rustig jaar 2008, met 108 antisemitische incidenten tegen 104 in het jaar daarvoor, telde CIDI tijdens de operatie Cast Lead (27 december 2008 tot 23 januari 2009) in minder dan één maand 98 antisemitische incidenten. Dat is bijna evenveel als in het hele jaar 2007 of 2008. Dit is een internationale beweging. Andere Europese landen registreerden ook een sterke stijging, terwijl de ontwikkeling van het aantal antisemitische incidenten in ‘rustige perioden’ per land heel verschillend kan zijn. Tijdens de Gazaperiode was het aantal meldingen van ernstige incidenten – fysiek geweld en concrete bedreiging daarmee – hoger dan in elk van de twee jaren daarvoor (3 in 2007, 5 in 2008, 9 tijdens Gaza). Antisemitische uitingen op internet zijn als vanouds niet door CIDI geteld. Het Meldpunt Discriminatie Internet (MDI) meldde, evenals de politie, voor 2008 een vergelijkbare rust. Het aantal antisemitische incidenten dat politie en MDI registreerden in 2008 was echter hoog in verhouding tot andere discriminerende incidenten. Hoewel het geschatte aantal Joden in Nederland (40.000) veel lager is dan het aantal moslims (850.000 in 2007), registreerde de politie in 2008 141 incidenten wegens ‘Joods zijn (of er zo uitzien)’, tegen slechts 116 incidenten wegens ‘Moslim zijn (of er zo uitzien)’. En hoewel de meeste bij MDI gemelde uitingen in 2008 betrekking hadden op moslims (met een verschil van 1), zijn de meeste strafbaar geachte uitingen in 2008 (252) antisemitisch. Als altijd bij dergelijke pieken viel tijdens de Gazaperiode de grote stijging van antisemitische e-mails op. Het eveneens hoge aantal meldingen van antsemitische uitingen op internet – vrijwel altijd lezersreacties op bona fide nieuwssites – is door CIDI als gewoonlijk niet geteld; de meeste zijn gemeld bij het MDI. Dat telde tijdens de Gazaperiode 78 antisemitische uitingen, “tweemaal zoveel als normaal”. Voor zover een signalement bekend is, waren de daders van ‘real life’-incidenten vrijwel altijd Marokkaans of ‘er zo uitziend’. Er zijn daarentegen aanwijzingen dat onder de circa vijftig mensen die hun haat per email of schriftelijk uitstortten over Joodse en Israelische instellingen en personen, waarschijnlijk veel autochtonen waren. Daarbij werden weinig rechts-extremistische uitdrukkingen of beelden gebruikt. In reacties op het gebeuren in Gaza uitten veel mensen niet alleen een politieke mening over de daden van de Israelische regering (hetgeen door CIDI niet als antisemitisch wordt geteld), maar spuiden zij klassieke antisemitische vooroordelen over ‘de’ Joden. Daarbij werd opvallend vaak de Holocaust ontkend of gebagatelliseerd. In de gemelde e-mails in 2007 werd dit geen enkele maal gedaan, in 2008 zeven keer; tijdens de Gazaperiode 20 maal. Vergelijkingen tussen Israel/Joden/Israeli’s enz en nazi’s kwamen in 2007 tweemaal voor, in 2008 11 keer; tijdens de Gazaperiode 19 keer. Nog vaker werd gezegd dat de Holocaust ‘volkomen terecht’ was, ‘afgemaakt’ had moeten worden, of alsnog moet worden afgemaakt omdat ‘alle Joden dood moeten’. Dit was de meest voorkomende antisemitische uitspraak in de geanalyseerde e-mails: hij werd tweemaal gedaan in 2007, 15 keer in 2008 en 23 keer tijdens ‘Gaza’. Het gelijkstellen van Israelische acties aan de Holocaust, of zelfs zeggen dat de Holocaust minder erg is dan Israelische acties, is nooit eerder zo massaal in Nederland gepropageerd als tijdens de Gazaperiode. Dit gebeurde door op grote schaal via internet en e-mail verspreide fotomontages, maar meer nog door specifiek op Nederland gerichte pamfletten die in enorme aantallen door het hele land huis aan huis zijn verspreid. Taalfouten in de tekst achterop het pamflet lijken te wijzen op niet-Nederlandse opstellers. Gezien de grote schaal van de verspreiding en de gemaakte kosten gaat het mogelijk om een organisatie. In alle categorieen incidenten was vooral de grootschaligheid van de haat verontrustend. Honderden, met tv-kijkers meegeteld duizenden mensen die helemaal niets te maken hebben met het conflict, werden er ongevraagd mee geconfronteerd. Vooral de spreekkoren die tijdens demonstraties ‘Hamas, Hamas, Joden aan het gas’ en ‘ Hitler, Hitler, Hitler’ scandeerden, maakten een beangstigende indruk op grote aantallen ooggetuigen en tv-kijkers. De heftige reactie op gebeurtenissen in het buitenland, alléén wanneer het om Israel gaat, blijft een zorgelijk fenomeen. Daarbij is het verontrustend dat ook mensen die zich niet antisemitisch uiten het vaak volkomen normaal lijken te vinden dat anti-Israelgevoelens leiden tot anti-Joodse gevoelens en daden. Zo lang deze foute grondhouding blijft bestaan, kan de Joodse gemeenschap in Nederland op elk willekeurig moment, steeds opnieuw, het slachtoffer worden van een nieuwe antisemitismegolf. Het is een waanidee dat op alle mogelijke manieren voortdurend moet worden bestreden. Uit een analyse van onder meer de bij CIDI gemelde e-mails blijkt dat voor de verzenders de Holocaust niet langer geldt als universele waarschuwing tegen antisemitisme. Deze hatemailers schuiven integendeel Israel/Joden enz. ten onrechte vergelijkbare of ergere vergrijpen in de schoenen als rechtvaardiging voor antisemitisme en om het bestaansrecht te betwisten van niet alleen Israel, maar vaak het gehele Joodse volk waar ook ter wereld. Voorstellen zoals van de VVD, die maken dat het ontkennen van de Holocaust onder bijna alle omstandigheden niet langer strafbaar is, zijn juist in deze omstandigheden buitengewoon contraproductief. Bovendien gaat van het feit dat Justitie antisemitisme uiterst traag en soms pas na veel aandringen en lijkt te vervolgen een verkeerde voorbeeldwerking uit. Direct benadeelden blijven zich onveilig voelen doordat Justitie hen meestal niet informeert als er wel actie wordt ondernomen. CIDI merkt al jaren op dat de sfeer in Nederland, ook tijdens ‘piekjaren’, minder grimmig is dan in andere Europese landen. Daarvoor verdienen onder meer landelijke politici een compliment, althans degenen onder hen die niet ‘meehuilen met de wolven in het bos’. Hun grote inzet bij het bestrijden van racisme en van de verharding van het maatschappelijk discours mag niet onderschat worden. Het is te hopen dat dit zo blijft.
Author(s): Friedmann, Elise
Date: 2011
Abstract: De CIDI Monitor antisemitische incidenten in Nederland registreerde in 2010 124 antisemitische incidenten, een substantiële daling (25,7%) ten opzichte van het 2009, toen de Israelische operatie Cast Lead voor een piek zorgde. Dit aantal is echter nog steeds 15% hoger dan in het rustiger jaar 2008, met ‘slechts’ 108 incidenten.
Het ontbreken van een lange crisis rond Israel in 2010 heeft een rol gespeeld bij deze daling. Opmerkelijk is echter dat het aantal antisemitische incidenten in Nederland minder daalde dan in andere West-Europese landen. Alleen in Groot Brittannië bleef het aantal net als in Nederland hoger dan in 2008.

Incidenten in de buurt, op school of werk daalden in 2010 niet. Zij stegen de laatste vier jaar licht maar constant, van 13 in 2007 naar 23 in 2010: een stijging van 77% in vier jaar. Deze verontrustende trend valt in 2010 voor het eerst op en is niet toe te schrijven aan ontwikkelingen in het Midden-Oosten. Mogelijk blijft in de privésfeer toch iets hangen van de (te) vele antisemitische uitingen die men vooral op internet ziet en soms op straat kan horen.

Daarbij viel op dat in toenemende mate slachtoffers weigerden werk te maken van de beledigingen, uit angst dat ze daardoor nog meer last zouden krijgen in de privésfeer.

‘Real Life’ –incidenten, die in 2009 dramatisch waren gestegen naar 61, daalden in 2010 weer naar vrijwel het niveau van 2008. Deze abrupte piek geeft aan dat Nederlandse Joden plotseling overvallen kunnen worden door agressie in hun dagelijks leven bij conflicten in het Midden-Oosten. Tegen deze uitbarstingen en het hierdoor stijgende gevoel van onveiligheid dienen betere opsporingsmiddelen (undercover agenten, cameratoezicht) en een lik-op-stuk-beleid te worden ingezet.

In 2010 registreerde CIDI 47 e-mails, bijna evenveel als in 2009. Schrijvers van antisemitische mails leggen buitengewoon vaak verband tussen hun vooroordelen over Joden nu en de Holocaust, die zij soms met terugwerkende kracht goedpraten.
De Tweede Kamer toonde zich in 2010 bezorgd over de scherpe stijging van het antisemitisme. De regering echter ‘wilde antisemitisme niet verbijzonderen’ door een registratie van aangiften per gediscrimineerde groep in te voeren en negeerde een motie daartoe van een meerderheid in de Kamer. Uit de brief die de ministers Donner en Opstelten op 8 juli 2011 naar de Kamer zonden, blijkt dat de regering deze lijn doorzet. CIDI betreurt dit zeer. Verbeterde registratie per discriminatiegrond kan meer inzicht bieden in de te nemen maatregelen. De CIDI Monitor biedt al bijna 30 jaar inzicht in de ontwikkeling van antisemitische uitingen, maar is niet alomvattend. Goede politieregistratie zou veel extra informatie kunnen geven, onder meer over de eventuele samenhang tussen incidenten.

Justitie, OCW en VWS baseren nu nog hun beleid vooral op het Poldis politierapport, hoewel dit zelf stelt dat “niet alleen werkelijke discriminatie de cijfers bepaalt, maar ook de politie-registratiepraktijk.” Dit maakt het Poldisrapport een ondeugdelijk middel om verschuivingen in het niveau van antisemitisme te signaleren. Poldis rapporteert voor 2010 een stijging van 209 naar 286 antisemitische incidenten, ruim 36%. Deze stijging staat haaks op de door CIDI, Meldpunt Discriminatie Internet, AntiDiscriminatieBureau Amsterdam en internationale onderzoekers gesignaleerde trend en is waarschijnlijk slechts de weerslag van andere registratiemethodes. Door genoegen te nemen met deze ondeugdelijke registratie en Kamermoties te negeren, zendt Justitie een verkeerd signaal uit.

Het kleine aantal Joden in Nederland (52.000) en het relatief hoge aantal incidenten tegen Joden, maakt dat antisemitisme relatief gesproken al jarenlang de meest voorkomende vorm van discriminatie in Nederland is, gevolgd door discriminatie tegen homo’s.
Date: 2013
Abstract: Na twee jaren waarin het aantal antisemitische incidenten daalde, registreerde CIDI in 2012 vrijwel evenveel incidenten als in 2011. In 2012 telde CIDI 114 antisemitische incidenten, één meer dan het jaar daarvoor. Het totaal aantal incidenten blijft boven het niveau van voor het piekjaar 2009.

Hoewel het totaal aantal incidenten niet noemenswaard steeg, vindt CIDI de ontwikkelingen in 2012 om twee redenen verontrustend:
– bij de twee soorten incidenten die stegen – haatmail en incidenten in het kader van sport – lag de aanleiding voor deze stijging niet in de buitenlandse politiek maar in eigen land.
– voor het eerst sinds CIDI de Monitor Antisemitische Incidenten bijhoudt, sinds 1983, zeiden twee melders dat het antisemitische incident dat ze meldden, de doorslag gaf om naar Israel te emigreren. Bij een van deze melders ging het om een serie incidenten die zich al jaren voordeed; hij constateerde een verergering.

‘Verzoeningsacties’ rond Dodenherdenking en terechte Joodse protesten tegen het herdenken van daders en slachtoffers samen, hebben dit jaar aanwijsbaar antisemitische incidenten tot gevolg gehad. Dit uitte zich voornamelijk in haatmails, waarin de schrijvers Joden ‘haatdragendheid’ verweten, ‘overgevoeligheid’, of het ‘altijd willen opeisen van een bijzondere plaats’. In reacties klinkt in het beste geval de opvatting door dat het herdenken van Joodse slachtoffers van de Holocaust ‘nu wel lang genoeg heeft geduurd’. In de slechtste gevallen werd daaraan toegevoegd dat de Holocaust ‘volkomen terecht’ was.

Fysiek geweld en bedreigingen met geweld stegen dit jaar met 2 incidenten van 4 in 2011 naar 6 in 2012. Ook het aantal incidenten in de categorie ‘Sport’ nam toe: van 5 in 2011 naar 13 incidenten in 2012. Mogelijk zorgde toegenomen media-aandacht voor incidenten op voetbalvelden voor meer meldingen, maar de incidenten deden zich niet alleen voor bij betaald voetbal.

Daartegenover staat dat het aantal meldingen van scheldpartijen en lastig vallen op straat gehalveerd is ten opzichte van 2011, van 28 naar 14 incidenten in 2012. Dit wil niet zeggen dat het aantal scheldpartijen ook werkelijk is gedaald. Melden is essentieel om een goed beeld te krijgen van wat er speelt. Vooral bij de relatief kleine groep die regelmatig op straat wordt uitgescholden en lastig gevallen, signaleerde CIDI in 2012 een grote mate van ‘meldingsmoeheid’. Dit uitte zich bijvoorbeeld doordat en passant via Twitter een dergelijk incident werd gemeld, dat echter niet kon worden geregistreerd omdat de melder onvoldoende gegevens verstrekte. CIDI start in juni 2013 een brede campagne om deze meldingsmoeheid tegen te gaan.

Hieronder de belangrijkste conclusies van de Monitor Antisemitische Incidenten in Nederland 2012 op een rij:
CIDI registreerde 114 antisemitische incidenten in 2012, tegen 113 in 2011. Voor het eerst in twee jaar is het aantal incidenten niet gedaald en het is nog steeds niet op het niveau van voor 2009, toen een Israelische actie voor een piek zorgde.
Fysiek geweld en bedreiging stegen samen met 2 incidenten, van 4 naar 6.
Scheldpartijen en lastig vallen op straat daalde van 28 in 2011, naar 14 incidenten in 2012.
Het aantal vernielingen en antisemitische bekladdingen van zowel Joodse als overige doelen zijn afgenomen van 22 incidenten in 2011 naar 14 in 2012.
Schriftelijke uitingen zijn ten opzichte van 2011 verdubbeld van 22 naar 44 uitlatingen in 2012. Deze stijging is deels veroorzaakt door de controverses rond Dodenherdenking.
Het aantal incidenten in de categorie ‘Sport’ steeg van 5 naar 13 incidenten.
Translated Title: Antisemitism Report 2011
Author(s): Friedmann, Elise
Date: 2012
Abstract: In 2011 daalde het aantal antisemitische incidenten dat CIDI registreerde naar 113, tegen 124 in 2010. Deze afname is vooral te danken aan een daling van het aantal haat e-mails: van 47 in 2010 naar 18 in 2011. Op straat zijn echter steeds meer mensen slachtoffer van antisemitische scheldpartijen en lastig vallen.
Het aantal confrontaties op straat steeg fors: het waren er 28 in 2011. Dat is 40 procent meer dan in 2009, toen het aantal antisemitische incidenten piekte onder invloed van de Israelische actie in Gaza. In dat jaar waren er 20 scheldincidenten op straat. In 2011 was er echter geen buitenlandse oorzaak aan te wijzen.

Het aantal scheldincidenten is ten opzichte van 2010 zelfs verdrievoudigd: toen telden wij 8 scheldincidenten. Dit laat zien dat de meldingsbereidheid in dat jaar een dieptepunt bereikte. Veel melders zeggen dat zij al jaren lang worden uitgescholden, maar dat het de laatste jaren vaker gebeurt.

Het is verontrustend dat het aantal scheldpartijen door onbekenden op straat stijgt en dat slachtoffers ze vaak niet melden, ook omdat het schelden soms overgaat in fysieke bedreiging of geweld. Er is een drempel om naar de politie te stappen: het vergt veel tijd en slachtoffers denken dat de daders toch niet kunnen worden opgespoord omdat het onbekenden zijn.
Toch is melden essentieel omdat de maatschappij anders het zicht op de (on)veiligheid op straat verliest. CIDI dringt dan ook met klem aan antisemitische incidenten bij politie en gespecialiseerde organisaties als CIDI te melden.

Voor wat betreft de incidenten die wel bij de politie worden gemeld, belooft de regering al sinds 2008 een betere, uniformere registratie toe te passen. Daarvan is echter op het moment van publicatie van deze monitor nog geen sprake.

CONCLUSIES UIT DE CIDI MONITOR OP EEN RIJ:

CIDI registreerde 113 antisemitische incidenten in 2011, tegen 124 in 2010.
De afname is grotendeels te danken aan een daling in haat e-mails, van 47 naar 18.
Het niveau van alle antisemitische incidenten is nog niet gedaald naar dat van vóór piekjaar 2009.
‘Fysiek geweld en bedreiging met geweld’ daalde van 5 naar 4, in 1 geval werd daadwerkelijk geweld gebruikt.
Het aantal confrontaties op straat – scheldpartijen en lastig vallen – verdrievoudigde: van 9 in 2010 naar 28 in 2011. Dit is 40% meer dan in piekjaar 2009 (20).
Vandalisme van Joodse doelen verdubbelde, van 3 naar 6.
Overige vernielingen/bekladdingen stegen van 10 naar 13.
Alle soorten ‘Real Life’–incidenten bij elkaar stegen van 34 in 2010 naar 55 in 2011.
Incidenten met bekenden (buren, collega’s, medeleerlingen) stijgen al vijf jaar langzaam en gestaag, maar bleven het laatste jaar constant op 23.