Search results

Your search found 17 items
Sort: Relevance | Topics | Title | Author | Publication Year
Home  / Search Results
Author(s): Pindamo, Torunn
Date: 2021
Author(s): Vedenyapina, Dasha
Date: 2018
Abstract: My thesis is about new identities experienced by Russian Jews and the construction of the Jewish community. Jewish identity in the Soviet Union was based solely on ethnicity. Soviet passports contained the graph of ethnicity and Jews were considered to be a nationality. It is important to stress on the fact that Jewish identity in the Soviet Union can be characterised as a negative one. It was through the State antisemitism that Jews were defined, being suppressed and discriminated in the social field. With the collapse of The Soviet Union, the situation changed dramatically: those who had been discriminated obtained a rare opportunity to reconstruct their Jewish identity through religion, the rebirth of Jewish tradition and equal rights with the rest of the population. With all that, the auto-definition through ethnicity still persist, among the young generation as well as among the older ones. The quantitative part of my research shows that around 50% of respondents suppose that it is one’s parentage that defines one’s jewishness. In this work I also pay attention to family transmission and collective memory and their contribution to the construction of new types of identities.

I show that the identity the young generation obtained from their parents needed to be developed in the new post-soviet reality. So, they have transformed the “passive”, negative Soviet-time identity into new ones, religious or secular, - the principal point is that they are “active”. The construction of active identity demands the construction of the environment, the community. In the second part of the thesis I demonstrate the way this community functions in social, cultural and political spheres. I take the president elections of 2018 in Russia as an example of community act, following the possible trajectories of vote as well as problematizing the existence of community vote among Jews on contemporary Russia.

Within the framework of my thesis I took 15 interviews with Jews from different types of communities: the orthodox communities, the reformist one, as well as from so called “secular Jews” attending events in various Jewish clubs and organisations. I also distributed a questionnaire (84 answers) containing questions on the two basic topics of the research: the construction of Jewish identities and the political identity of the respondents.
Author(s): Schaum, Ina
Date: 2018
Abstract: Im Zentrum des Dissertationsprojektes steht die empirisch verankerte Erarbeitung einer intersektionellen, feministischen Theorie von Liebe und Liebesbeziehungen als Orte des Doing Gender in Verschränkung mit Doing Being Jewish (Jüdischsein) bzw. mit Doing Being German (Deutschsein). Was Jüdischsein und Deutschsein bedeutet und wie es konzeptualisiert werden kann, soll durch die Erhebung narrativer Interview empirisch rekonstruiert werden.

Die Dissertation hat zwei Ausgangspunkte. Der erste ist, sich Liebe als eigenständigem Forschungsgegenstand feministischer Analyse zuzuwenden. In Liebesbeziehungen – als verkörperlichte Erfahrungen von Liebe und Begehren, Macht und Dominanz – werden Geschlechterverhältnisse und andere Ungleichverhältnisse und damit zusammenhängend vergeschlechtlichte Arbeitsteilungen von care work und emotional work (re)produziert, verändert, aufgehoben oder legitimiert. Der zweite Ausgangspunkt ist die Feststellung von Kurt Grünberg in seiner Studie „Liebe nach Auschwitz“ (2000), dass Liebesbeziehungen den wohl intimsten Kontakt zwischen Nachkommen von Überlebenden der Shoah und Nachkommen von Täter*innen, Mitläufer*innen und Nazi-Sympathisant*innen im Land der Täter*innen und Opfer bilden. Vor dem Hintergrund der Shoah und der Nürnberger Gesetze von 1935, welche das sogenannte „Blutschutzgesetz“ und das Verbot von Eheschließungen und Geschlechtsverkehr zwischen Juden/Jüdinnen* und Nicht-Juden/Jüdinnen* umfassten, ist zu fragen, welche Gefühlserbschaften und Erinnerungen (active memory) an die Folgegenerationen weitergegeben werden und wie intime Beziehungen und Liebesbeziehungen davon (nicht) beeinflusst werden. Die beiden Ausgangspunkte sollen miteinander verknüpft werden, um eine kritische, intersektionelle feministische Analyseperspektive in Bezug auf Liebesbeziehungen als auch auf die komplexen Differenz- und Identitätskonstruktionen von Jüdischsein und Deutschsein einzunehmen.

Außerdem sollen forschungsethische Überlegungen in Hinblick auf Theoriebildungsprozesse, Methodenentwicklung und Ergebnisdarstellung im Kontext der „negativen deutsch-jüdischen Symbiose“ (Diner 1986) einerseits und einer feministischen Epistemologie des „situierten Wissens“ (Haraway 1988) andererseits entwickelt werden, da die individuelle, familiäre und soziale Verstrickung mit dem Nationalsozialismus keine Position der Unbeteiligtheit zulässt und eine reflektierte und selbstkritische Positionierung von mir als Forscherin verlangt.
Author(s): Bogen, Marthe
Date: 2015
Author(s): Deprez, Karolien
Date: 2004
Abstract: Sinds het voorjaar van 2002 wordt Antwerpen beschouwd als een lokale conflicthaard voor een internationaal conflict. Naar aanleiding van een aantal gewelddadige confrontaties tussen ‘joden’ en ‘moslims’ werd erop gewezen dat het Israëlisch-Palestijns conflict ook in Antwerpen voet aan grond begon te krijgen. Het gevolg daarvan zou onder andere, een toenemend antisemitisme zijn vanwege ‘islamitische’ allochtonen. De verklaringen voor de spanningen tussen beide geloofsgemeenschappen moeten volgens zowel politiek als media worden gezocht in het Israëlisch-Palestijns conflict. Antwerpse ‘moslims’ zouden sympathiseren met hun Palestijnse ‘broeders’ en hun frustratie uitwerken op hun ‘joodse’ stadsgenoten. Het transfereren van een internationale naar een lokale Antwerpse context werd gemeenzaam ‘de import van het Israëlisch-Palestijns conflict’ genoemd.

In het kader van een licentiaatverhandeling werd deze vermoedelijke identificatie onder de loep genomen. De nadruk lag daarbij niet op het geweld of op de aanwezige ‘import’ maar op de ‘joodse’ en ‘islamitische’ gemeenschappen in Antwerpen. Dit onderzoek vertrekt van de autobiografie van Dyab Abou Jahjah, ‘Tussen twee werelden. Roots van een vrijheidsstrijd’. Tijdens een reeks groepsgesprekken met zowel leden van de Antwerpse ‘joodse’ als ‘islamitische’ gemeenschappen, trachtten we te achterhalen hoe de respondenten zichzelf omschreven, hoe ze de ‘andere’ (‘joden’ of ‘moslims’) definieerden en in welke mate het Israëlisch-Palestijns conflict daar een rol bij speelde. We focusten daarbij vooral op etnische, nationale en religieuze aspecten van hun identiteit. De respondenten werden geselecteerd op basis van hun lidmaatschap van politiek-ideologische, religieuze of jongeren- of vrouwenorganisaties, al bleek het een moeilijke opdracht om organisaties te vinden die bereid waren mee te werken en tegelijkertijd binnen dit profiel pasten. De deelnemende organisaties aan ‘joodse’ kant (B’Nai B’Rith, Unie der Joodse Jongeren van Antwerpen, Women’s International Zionist Organisation –WIZO- en WIZO Informatiegroep Midden-Oosten) waren allemaal zionistische organisaties en kunnen bijgevolg allemaal als politiek-ideologisch worden gelabeld, terwijl een religieuze organisatie ontbreekt. De ‘islamitische’ organisaties (Arabisch-Europese Liga, El Moustaqbal, Jongeren voor Islam en Student Focus) daarentegen vormen wel een correct staal.

De gesprekken maakten ons duidelijk dat identiteiten, zowel bij ‘joden’ als ‘moslims’, geplaatst moeten worden binnen de context. Los van de gegeven conflictsituatie lijkt identiteit een moeilijk te definiëren begrip te zijn. De respondenten wijzen zelf op verschillende deelidentiteiten, al blijkt meestal toch één subidentiteit te overheersen. De ‘joodse’ respondenten wezen zonder meer op een sterke band met het ‘thuisland’ Israël. De ‘islamitische’ respondenten legden de nadruk op hun religieuze overtuiging, al blijkt bij de Arabisch-Europese Liga de Arabische nationale identiteit te overheersen. In die zin vertonen de standpunten van de ‘joodse’ respondenten structurele gelijkenissen met deze van de AEL. Beide hechten vooral belang aan de natie(staat), respectievelijk Israël en de Arabische natie. Bij de overige ‘islamitische’ respondenten blijkt het niet zozeer hun identiteit te zijn die de identificatie bepaalt, maar eerder de aanwezigheid van onderdrukking (i.e. een conflictsituatie). Deze ‘moslims’ identificeren zich met de Palestijnen omdat er sprake is van onderdrukking. De identificatie wordt versterkt door de gemeenschappelijke Arabische etnische afkomst of religieuze overtuiging. Zonder deze conflictsituatie zou de band hoogstwaarschijnlijk minder sterk zijn.


Daarnaast blijkt dat de etnische en religieuze identiteiten van zowel ‘joden’ als ‘moslims’ niet voor iedereen dezelfde betekenis hebben. Terwijl voor de ene het ‘joods-zijn’ enkel en alleen een religieuze overtuiging is, verwijst de andere naar de ‘joden’ als “één religie, één nationaliteit, één volk” . Hetzelfde geldt voor de ‘islamitische’ respondenten. De islam lijkt voor een aantal respondenten hun Marokkaanse etniciteit te vervangen, terwijl anderen ook daar enkel en alleen het religieuze in zien. De Marokkaanse herkomst verdwijnt binnen deze context vaak naar de achtergrond.


Wanneer we beide partijen naar hun mening over elkaar peilden, leek die vooral te worden bepaald door stereotypen en vooroordelen. Oude stereotypen zoals de ‘jood’ als ‘rijke machtswellusteling’ bestaan nog steeds, maar ook ‘moslims’ worden al te vaak beschreven als ‘terroristen’. Uit de gesprekken blijkt dat het niet enkel het Israëlisch-Palestijns conflict is dat de standpunten van beide partijen bepaalt, maar dat die moeten gesitueerd worden binnen een breder perspectief. De polarisatie duidt eerder op een ruimere identificatie, namelijk het joods-christelijke Westen tegenover het Arabisch-islamitsche Oosten. Het gebruik van termen als ‘import’ of ‘verbinnenlandsing’ geeft volgens ons bijgevolg een vertekend beeld over deze identificatieprocessen. De respondenten van dit onderzoek zijn zélf het product van deze geglobaliseerde samenleving. Hun identiteiten worden dan ook gevormd door deze ‘postnationale samenleving’, waar conflicten in een ander werelddeel zelfs in Antwerpen voor beroering kunnen zorgen. Deze identificatie blijft bijgevolg niet enkel beperkt tot Antwerpse ‘moslims’, maar geldt evengoed voor de ‘joodse’ respondenten. Het verschil tussen de ‘joodse’ en de ‘islamitische’ respondenten ligt in de manier waarop ze daar elk mee omgaan. Terwijl de ‘joden’ zich engageren in Israël zélf, trachten de ‘moslims’ hun standpunten te verdedigen in Antwerpen. We prefereren bijgevolg het begrip ‘transnationale solidariteit’ in plaats van het ‘importeren’ van een conflict. Het ‘importeren’ legt ons inziens te veel de nadruk op de grenzen van de traditionele natiestaat, terwijl uit onze gesprekken blijkt dat deze meer en meer aan belang moet inboeten. We kunnen ons niet langer opsluiten in ons eigen dorp of onze eigen natiestaat, nu de wereld zélf een dorp geworden is…
Date: 2016
Abstract: The conditions of social life that are reflected in the conditions leading to the formation of the individual’s identity may be changing due to the influences of postmodernity. In Finland today, Jews form a small minority group within the borders of secularized Lutheranism. How does the Finnish Jewry cope with the constant transformation of social values in this context? How does Jewishness appear in their self-perception and in their daily lives? The purpose of this thesis is investigate how members of the Jewish Community of Helsinki view Judaism in their own lives and in their community and how do they observe the rules of the Halakhah – the Jewish law. This work provides an introduction to traditional perspectives of the questions that are often topics of debates in postmodern Jewish communities. In one sentence: How do they Jew in public and private life in modern Finland?

The research was put into practice by combining quantitative and qualitative methods, including a quantitative questionnaire that was distributed to all 777 adult members of the community and personal interviews with 8 individuals among them. Both the qualitative and the quantitative research questions explored issues of Jewish life and traditions as well as attitudes towards the most common Jewish issues in contemporary Finland.

The results showed that the vast majority of the respondents strongly identify as Jews. They have loyalty towards their Jewish heritage, but also feel a strong sense of belonging to Finland. They are generally lenient towards Halakhah, and despite being members of the Modern-Orthodox community, they do not necessarily live orthodox Jewish lifestyles according to the traditional – orthodox – perspective.
Author(s): Wanounou, Dana
Date: 2016
Abstract: This study aims at explaining the motivations behind 15 Scandinavian Jews’ decision to volunteer for the Israel Defense Forces (IDF). The study explores why they had a desire to volunteer for the IDF, and analyzes their motivations in a contextual relation to Israel and the Scandinavian Jewish diaspora. The study identifies three central motivations among the informants to volunteer for the IDF. These are Zionist motivations, motivations connected with the Jewish faith and motivations connected with a desire to be integrated into Israeli society. The informants express a strong conviction in the Zionist credo. The desire to support the state through military service is related to their identification with the Jewish people. By volunteering for the IDF, the informants express that they contribute to the preservation of Jewish existence and Jewish self-determination. Motivations connected with the Jewish faith are also present among the informants. However, these motivations vary according to the individual informants’ observance of Jewish law. The study suggests that the observant informants regard service in the IDF as a secular, but necessary undertaking in order to reach the religious goal of building an exemplary Jewish society that can fulfill the covenant with God. The non-observant informants express that their service in the IDF allowed them to give up traditional Jewish lifestyles brought from Scandinavia, because the IDF provided them with a more modern and secular Jewish universe of meaning. The study identifies a desire to be integrated into Israeli society as a central motivation for why the informants have volunteered for the IDF. The IDF has gained the position as an important arena for integration of Jewish immigrants, as well as being a central provider of national values to its conscripts. The informants express that IDF service has contributed to the shaping of an Israeli identity. Integration to Israel through IDF service thus contains aspects of transformations from Scandinavian diaspora Jews to Israeli Jews.
Author(s): Larsson, Julia
Date: 2014
Abstract: Tavoitteet. Suomessa asuu pieni juutalainen vähemmistö, jonka olemassaoloa on jo pitkään uhannut ennen kaikkea sen jäsenten voimakas assimiloituminen. Suomen juutalaiset nuoret aikuiset, jotka melkein poikkeuksetta elävät seka-avioliitoissa, ovat seuraavan juutalaisen sukupolven kasvattajia. Siksi tässä tutkimuksessa pyritään ymmärtämään ja kuulemaan juuri näiden nuorten aikuisten käsityksiä juutalaisuudestaan ja kaksoisidentiteetistään. Toisin sanoen tutkimuksen avulla halutaan saada selville, mitä juutalaisuus merkitsee heille, jotka jatkavat juutalaisen vähemmistön perintöä. Maamme juutalaisten tapoja ja asenteita on aikaisemmin tutkinut Lundgren (2002) sekä Ruotsissa ja Tanskassa Dencik (1993, 2002). Työllä pyritään myös jatkamaan maassamme alkanutta keskustelua vähemmistöjen identiteettineuvotteluista ( Kuusisto 2011, Klingenberg 2014, Rissanen 2014).

Menetelmät. Tämä laadullinen monitapaustutkimus toteutettiin lähettämällä kysely postitse kaikille 137 vuosina 1976-1986 syntyneille Helsingin juutalaisen seurakunnan jäsenille. Kyselyyn vastasi 28 nuorta aikuista. Juutalaisuuden merkitystä Suomen juutalaisille nuorille aikuisille tutkittiin laadullisin keinoin, induktiivisella lähestymistavalla, joskin teoriaohjaavalla tutkimusotteella. Kaksoisidentiteettiä ja siten vastaajien akkulturaatioasenteita lähestyttiin Dencikin (1993) diasporajuutalaisen identiteettiä kuvaavan mallin avulla.

Tulokset ja johtopäätökset. Aineistolähtöisen sisällönanalyysin avulla selvisi, että juutalaisuus merkitsi vastaaajille ennen kaikkea Dencikin (1993) mallin Juutalaisuutta kokemuksien ja elämyksien tulkitsijana sekä yhteenkuuluvuutta kansaan. Tähän juutalaisuuden osa-alueeseen liittyi vastaajien itsensä sanoittamana juutalaisuuden kokeminen saamisena ja antamisena, elämäntapana sekä voimakkaana yhteenkuuluvuuden tunteena muihin juutalaisiin. Kaksoisidentiteetti puolestaan näyttäytyi tasapainoisena kokonaisuutena, jossa ollaan ennen kaikkea suomenjuutalaisia, toisin sanoen, vastaajat kokivat olevansa ensisijaisesti juutalaisia, joiden kotimaa on Suomi.