Search results

Your search found 13 items
copy result link
You ran an advanced options search
Sort: Relevance | Topics | Title | Author | Publication Year
Home  /  Search Results
Author(s): Longman, Chia
Date: 2010
Abstract: In deze bijdrage wordt een synthese gebracht van de resultaten van twee socioculturele
antropologische onderzoeksprojecten in de Antwerpse joodsorthodoxe
gemeenschap die betrekking hebben op de ‘eigenheid’, ‘emancipatie’ en ‘integratie’
van vrouwen. Eerst wordt de betekenis van vrouwelijke religiositeit vanuit het
standpunt van strikt Orthodoxe, waaronder chassidische, vrouwen belicht. Terwijl in
het publieke en institutionele religieus domein mannen de paradigmatische ‘orthodoxe
jood’ zijn, is door de sacralisatie van het dagelijkse leven, de religieuze rol voor
vrouwen niet minder omvattend of belangrijk, maar vooral gesitueerd in de private en
huiselijke sfeer. Ik beargumenteer dat deze vorm van religieuze en gegenderde
eigenheid vanuit een antropologisch en gender-kritisch perspectief niet eenduidig
geïnterpreteerd kan worden in termen van ‘onderdrukking’ dan wel ‘emancipatie’. Het
tweede onderzoeksproject behandelt de problematiek van joodsorthodoxe vrouwen
(gaande van strikt tot modern orthodox) in Antwerpen die religieuze gendernormen
overschrijden door te studeren of werken in de omliggende seculiere maatschappij. De
levensverhalen onthullen zeer verschillende trajecten van vrouwen die de ontmoeting
met de ‘buitenwereld’ dikwijls verrijkend vonden maar ook wel interculturele
conflicten ervoeren. Er wordt besloten dat behoud van culturele eigenheid, naast
emancipatie en integratie van binnen uit de joodsorthodoxe gemeenschap niet
onmogelijk is, maar dat dit minimaal wederzijds dialoog en begrip vereist.

Author(s): Perry-Hazan, Lotem
Date: 2016
Date: 2011
Abstract: Objectives. In Belgium, dominant ideological traditions – Christianity and non-religious humanism – have the floor in debates on euthanasia and hardly any attention is paid to the practices and attitudes of ethnic and religious minorities, for instance, Jews. This article aims to meet this lacuna.

Design. Qualitative empirical research was performed in the Orthodox Jewish community of Antwerp (Belgium) with a purposive sample of elderly Jewish (non-)Hasidic and secularised Orthodox women. In-depth interviews were conducted to elicit their attitudes towards (non-)voluntary euthanasia and assisted suicide.

Results. The research reveals diverse views among women in the community on intentionally terminating a patient's life. Absolute rejection of every act which deliberately terminates life is found among the overwhelming majority of (religiously observant) Orthodox (Hasidic and non-Hasidic) women, as they have an unconditional faith and trust in God's sovereign power over the domain of life and death. On the other hand, the views of secularised Orthodox women – mostly irreligious women, who do not consider themselves Orthodox, thus not following Jewish law, yet say they belong to the Orthodox Jewish community –show an acceptance of voluntary euthanasia and assisted suicide but non-voluntary euthanasia is approached more negatively. As they perceive illness and death as merely profane facts, they stress a patient's absolute right towards self-determination, in particular with regard to one's end of life. Among non-Hasidic Orthodox respondents, more openness is found for cultivating a personal opinion which deviates from Jewish law and for the right of self-determination with regard to questions concerning life and death. In this study, these participants occupy an intermediate position.

Conclusion. Our study reveals an interplay between ethical attitudes on euthanasia and religious convictions. The image one has of a transcendental reality, or of God, has a stronger effect on one's (dis)approval of euthanasia than being (ir)religious.
Author(s): Deprez, Karolien
Date: 2004
Abstract: Sinds het voorjaar van 2002 wordt Antwerpen beschouwd als een lokale conflicthaard voor een internationaal conflict. Naar aanleiding van een aantal gewelddadige confrontaties tussen ‘joden’ en ‘moslims’ werd erop gewezen dat het Israëlisch-Palestijns conflict ook in Antwerpen voet aan grond begon te krijgen. Het gevolg daarvan zou onder andere, een toenemend antisemitisme zijn vanwege ‘islamitische’ allochtonen. De verklaringen voor de spanningen tussen beide geloofsgemeenschappen moeten volgens zowel politiek als media worden gezocht in het Israëlisch-Palestijns conflict. Antwerpse ‘moslims’ zouden sympathiseren met hun Palestijnse ‘broeders’ en hun frustratie uitwerken op hun ‘joodse’ stadsgenoten. Het transfereren van een internationale naar een lokale Antwerpse context werd gemeenzaam ‘de import van het Israëlisch-Palestijns conflict’ genoemd.

In het kader van een licentiaatverhandeling werd deze vermoedelijke identificatie onder de loep genomen. De nadruk lag daarbij niet op het geweld of op de aanwezige ‘import’ maar op de ‘joodse’ en ‘islamitische’ gemeenschappen in Antwerpen. Dit onderzoek vertrekt van de autobiografie van Dyab Abou Jahjah, ‘Tussen twee werelden. Roots van een vrijheidsstrijd’. Tijdens een reeks groepsgesprekken met zowel leden van de Antwerpse ‘joodse’ als ‘islamitische’ gemeenschappen, trachtten we te achterhalen hoe de respondenten zichzelf omschreven, hoe ze de ‘andere’ (‘joden’ of ‘moslims’) definieerden en in welke mate het Israëlisch-Palestijns conflict daar een rol bij speelde. We focusten daarbij vooral op etnische, nationale en religieuze aspecten van hun identiteit. De respondenten werden geselecteerd op basis van hun lidmaatschap van politiek-ideologische, religieuze of jongeren- of vrouwenorganisaties, al bleek het een moeilijke opdracht om organisaties te vinden die bereid waren mee te werken en tegelijkertijd binnen dit profiel pasten. De deelnemende organisaties aan ‘joodse’ kant (B’Nai B’Rith, Unie der Joodse Jongeren van Antwerpen, Women’s International Zionist Organisation –WIZO- en WIZO Informatiegroep Midden-Oosten) waren allemaal zionistische organisaties en kunnen bijgevolg allemaal als politiek-ideologisch worden gelabeld, terwijl een religieuze organisatie ontbreekt. De ‘islamitische’ organisaties (Arabisch-Europese Liga, El Moustaqbal, Jongeren voor Islam en Student Focus) daarentegen vormen wel een correct staal.

De gesprekken maakten ons duidelijk dat identiteiten, zowel bij ‘joden’ als ‘moslims’, geplaatst moeten worden binnen de context. Los van de gegeven conflictsituatie lijkt identiteit een moeilijk te definiëren begrip te zijn. De respondenten wijzen zelf op verschillende deelidentiteiten, al blijkt meestal toch één subidentiteit te overheersen. De ‘joodse’ respondenten wezen zonder meer op een sterke band met het ‘thuisland’ Israël. De ‘islamitische’ respondenten legden de nadruk op hun religieuze overtuiging, al blijkt bij de Arabisch-Europese Liga de Arabische nationale identiteit te overheersen. In die zin vertonen de standpunten van de ‘joodse’ respondenten structurele gelijkenissen met deze van de AEL. Beide hechten vooral belang aan de natie(staat), respectievelijk Israël en de Arabische natie. Bij de overige ‘islamitische’ respondenten blijkt het niet zozeer hun identiteit te zijn die de identificatie bepaalt, maar eerder de aanwezigheid van onderdrukking (i.e. een conflictsituatie). Deze ‘moslims’ identificeren zich met de Palestijnen omdat er sprake is van onderdrukking. De identificatie wordt versterkt door de gemeenschappelijke Arabische etnische afkomst of religieuze overtuiging. Zonder deze conflictsituatie zou de band hoogstwaarschijnlijk minder sterk zijn.


Daarnaast blijkt dat de etnische en religieuze identiteiten van zowel ‘joden’ als ‘moslims’ niet voor iedereen dezelfde betekenis hebben. Terwijl voor de ene het ‘joods-zijn’ enkel en alleen een religieuze overtuiging is, verwijst de andere naar de ‘joden’ als “één religie, één nationaliteit, één volk” . Hetzelfde geldt voor de ‘islamitische’ respondenten. De islam lijkt voor een aantal respondenten hun Marokkaanse etniciteit te vervangen, terwijl anderen ook daar enkel en alleen het religieuze in zien. De Marokkaanse herkomst verdwijnt binnen deze context vaak naar de achtergrond.


Wanneer we beide partijen naar hun mening over elkaar peilden, leek die vooral te worden bepaald door stereotypen en vooroordelen. Oude stereotypen zoals de ‘jood’ als ‘rijke machtswellusteling’ bestaan nog steeds, maar ook ‘moslims’ worden al te vaak beschreven als ‘terroristen’. Uit de gesprekken blijkt dat het niet enkel het Israëlisch-Palestijns conflict is dat de standpunten van beide partijen bepaalt, maar dat die moeten gesitueerd worden binnen een breder perspectief. De polarisatie duidt eerder op een ruimere identificatie, namelijk het joods-christelijke Westen tegenover het Arabisch-islamitsche Oosten. Het gebruik van termen als ‘import’ of ‘verbinnenlandsing’ geeft volgens ons bijgevolg een vertekend beeld over deze identificatieprocessen. De respondenten van dit onderzoek zijn zélf het product van deze geglobaliseerde samenleving. Hun identiteiten worden dan ook gevormd door deze ‘postnationale samenleving’, waar conflicten in een ander werelddeel zelfs in Antwerpen voor beroering kunnen zorgen. Deze identificatie blijft bijgevolg niet enkel beperkt tot Antwerpse ‘moslims’, maar geldt evengoed voor de ‘joodse’ respondenten. Het verschil tussen de ‘joodse’ en de ‘islamitische’ respondenten ligt in de manier waarop ze daar elk mee omgaan. Terwijl de ‘joden’ zich engageren in Israël zélf, trachten de ‘moslims’ hun standpunten te verdedigen in Antwerpen. We prefereren bijgevolg het begrip ‘transnationale solidariteit’ in plaats van het ‘importeren’ van een conflict. Het ‘importeren’ legt ons inziens te veel de nadruk op de grenzen van de traditionele natiestaat, terwijl uit onze gesprekken blijkt dat deze meer en meer aan belang moet inboeten. We kunnen ons niet langer opsluiten in ons eigen dorp of onze eigen natiestaat, nu de wereld zélf een dorp geworden is…
Author(s): Vollebergh, Anick
Date: 2016
Abstract: This book offers an ethnographic inquiry into the notion of ‘living together’ [samenleven], investigating its historical emergence and role in ‘culturalist’ and secularist politics in Flanders, as well as how it shapes everyday life in diverse urban neighborhoods. The term culturalism was coined to denote the exclusionary discourses that have emerged in postcolonial Europe positing migrants as cultural ‘strangers’ from which the nation and the perceived original, ‘autochthonous’ population need to be safeguarded. This book reveals how culturalism resulted in a new political project to ‘heal’ an assumed deficit of fellow feeling in multi-ethnic urban neighborhoods and a new political-ethical injunction for denizens to ‘live together’ with their ‘strange’ neighbors.
The book focuses on two Antwerpean neighborhoods - Oud-Borgerhout and the ‘Jewish Neighborhood’ – and follows the neighborhood engagements of white Belgian, Moroccan-Belgian, and Jewish Belgian denizens. Due to the politics of ‘living together’, everyday neighborhood life has become a stage, on which denizens are confronted with ethical and philosophical questions to which secure or comfortable answers are never found: about the nature and ethics of ‘objective’ perception; the diagnostics of strangeness; and the nature of fulfilled subject-hood and ‘true’ sociability. Denizens try to position themselves in relation to these questions through largely internal performative contestations - between so-called ‘old’ and ‘new Belgians’, ‘modern’ and ‘pious Jews’, ‘decent’ and ‘bad Moroccans’. Tracing these negotiations, this book pushes for an understanding of lived culturalism in contemporary Europe that attends to the complexities and ambivalences in, and beyond, the imbrication of the allochthon-autochthon divide in denizens’ (self)understandings.

Search results

Your search found 13 items
copy result link
You ran an advanced options search
Sort: Relevance | Topics | Title | Author | Publication Year